De Welsh Corgi heeft alles in huis om te vertederen: korte pootjes, een relatief lang lijf, grote opstaande oren en een open blik. Niet alleen qua uiterlijk, maar ook qua karakter heeft het ras heel wat te bieden. Maar – net zoals bij elke hond – moet je natuurlijk wel weten hoe je ermee moet omgaan. We zetten dit bijzondere ras in de kijker!

Welsh Corgi

Twee soorten Welsh Corgi’s

Er bestaan twee soorten Welsh Corgi: de Corgi Cardigan en de Corgi Pembroke. Ze zien er allebei even snoezig uit, maar zijn relatief makkelijk uit elkaar te houden.

  • De Corgi Cardigan is de grootste. Een volwassen hond bereikt een schofthoogte van rond de dertig centimeter, en een gewicht tussen de vijftien en de achttien kilogram.
  • De Corgi Pembroke daarentegen is al volgroeid bij een schofthoogte van gemiddeld vijfentwintig centimeter, en een volwassen gewicht tussen de acht en de tien kilogram.

Heel populair is de langharige Corgi Pembroke – de zogenaamde ‘fluffy Corgi’.

Welsh Corgi: karakter

De Welsh Corgi is klein, maar dapper. Het ras is heel levendig, temperamentvol en ondernemend. Corgi’s hebben ook een speels kantje, en mits een goede socialisatie kunnen ze goed met kinderen en met andere honden overweg. Het ras heeft wel de neiging om waaks te zijn, dus kort geblaf om bezoek aan te kondigen is geen uitzondering. Een Corgi is trouw en attent, maar brengt liever niet te veel tijd op z’n eentje door. Met een duidelijke en consequente opvoeding heb je met een Corgi heel veel plezier in huis!

Geef je Corgi voldoende beweging

Je zou het misschien niet zeggen, maar Corgi’s behoren tot de rasgroep van de herdershonden en veedrijvers. De honden hebben met andere woorden een werklustig karakter en een willetje dat heel wat groter is dan hun gestalte.  Ze houden absoluut niet van een saai bestaan, dus je moet ermee naar de hondenschool, of samen regelmatig gaan sporten, dan voelen ze zich prima thuis bij jou. Veel plezier samen!